Voor veel MSP’s en CSP’s voelt een RFP nog steeds als een verplicht nummer. Een document dat ingevuld moet worden, een deadline die gehaald moet worden, een intern proces dat vooral tijd kost. Maar juist daar gaat het mis. Want een RFP is geen administratieve exercitie. Het is een van de meest gecontroleerde verkoopmomenten die je hebt.

En toch verliezen veel partijen hier deals die ze in de basis prima hadden kunnen winnen.

Niet omdat hun technologie niet goed genoeg is. Niet omdat hun platform tekortschiet. Maar omdat ze zichzelf verkeerd positioneren op het moment dat het er echt toe doet.


De eerste fout zit vaak al in de mindset. Veel MSP’s en CSP’s stappen een RFP in alsof ze een leverancier zijn. Ze beschrijven hun diensten, hun infrastructuur, hun oplossingen. Ze leggen uit wat ze doen en hoe ze dat doen. Maar de klant stelt in werkelijkheid een heel andere vraag: wie neemt verantwoordelijkheid voor mijn omgeving? Wie zorgt ervoor dat dit werkt, blijft werken en me geen verrassingen oplevert?

Als je die vraag niet beantwoordt, maak je jezelf inwisselbaar. En in een RFP is inwisselbaarheid dodelijk.


Daar komt bij dat veel organisaties blijven hangen in techniek. Begrijpelijk, want dat is waar hun kracht ligt. Architecturen, platformkeuzes, back-upstrategieën en netwerken worden uitgebreid beschreven. Maar de persoon die uiteindelijk mee beslist, denkt niet in Kubernetes of storage layers. Die denkt in kosten, risico’s en continuïteit. In de vraag of hij of zij hier ’s nachts rustig van kan slapen.

Het vermogen om techniek te vertalen naar business impact is daarom geen nice-to-have, maar een harde voorwaarde om een RFP te winnen.

Wat daarbij opvallend vaak ontbreekt, is een helder verhaal over het commerciële model. Terwijl juist voor MSP’s en CSP’s dat model een essentieel onderdeel van het product is. In een markt waar steeds meer organisaties worstelen met de onvoorspelbaarheid van hyperscaler-kosten, is transparantie en voorspelbaarheid een doorslaggevende factor. Toch laten veel aanbieders hier kansen liggen door alleen te beschrijven wat ze leveren, en niet hoe de klant grip houdt op kosten op de lange termijn.

Diezelfde vaagheid zie je terug in het onderwerp dat momenteel misschien wel het meest bepalend is in Europese RFP’s: data sovereignty. Veel partijen blijven hier hangen in algemeenheden of verwijzen naar de compliance van derden. Maar klanten zoeken geen doorverwijzing. Ze zoeken een duidelijke positie. Ze willen begrijpen waar hun data staat, onder welke jurisdictie die valt en wie er daadwerkelijk controle over heeft. Het verschil tussen technische en juridische soevereiniteit is daarbij cruciaal, en juist daar wordt het onderscheid gemaakt.


Wat het probleem verder vergroot, is dat veel RFP-antwoorden intern niet goed op elkaar aansluiten. Sales belooft flexibiliteit, techniek beschrijft gestandaardiseerde omgevingen en legal beperkt vervolgens wat er daadwerkelijk mogelijk is. Voor de klant voelt dat niet als nuance, maar als risico. En risico is precies wat ze proberen te vermijden.

Daarbovenop komt dat veel organisaties nog steeds denken dat de RFP het begin van het salesproces is. In werkelijkheid is het meestal het eindpunt. Op het moment dat de RFP wordt uitgestuurd, heeft de klant vaak al een voorkeur ontwikkeld, zijn de belangrijkste eisen bepaald en is het speelveld grotendeels ingekaderd. Als je daar pas binnenkomt, speel je vrijwel altijd een achterstandswedstrijd.

Sterke MSP’s en CSP’s begrijpen dat en zorgen dat ze al eerder aan tafel zitten. Zij helpen de vraag vormgeven, bouwen relaties op en zorgen dat hun verhaal al landt voordat het formele proces begint.


Een andere valkuil is dat veel salesorganisaties simpelweg op te veel RFP’s reageren. Meer kansen lijkt logisch, maar in de praktijk leidt het vaak tot versnippering, lagere kwaliteit en een dalende win rate. Niet elke RFP is een goede kans. Soms is de uitkomst al bepaald, soms past de deal niet bij je model, en soms is de marge simpelweg niet interessant. De discipline om selectief te zijn, is juist een teken van volwassenheid.

Maar misschien wel de grootste gemiste kans zit in het ontbreken van een overkoepelend verhaal. De meeste RFP-antwoorden zijn inhoudelijk correct en volledig, maar voelen als losse puzzelstukken. Ze beantwoorden vragen, maar overtuigen niet. Terwijl dat precies is wat je moet doen.


Een sterke RFP vertelt één duidelijke lijn: waarom de klant moet veranderen, waarom hun huidige situatie niet houdbaar is, en waarom jij de logische volgende stap bent. Voor MSP’s en CSP’s gaat dat verhaal steeds vaker over het terugpakken van controle. Over het verminderen van afhankelijkheid van hyperscalers. Over voorspelbare kosten, eenvoud in operatie en grip op data.

Als dat verhaal ontbreekt, ben je simpelweg één van de opties.

En dat is precies waar het misgaat.

De kern van alles is dat je als MSP of CSP moet stoppen met denken als leverancier en moet gaan denken als strategisch partner. Want uiteindelijk koopt een klant geen infrastructuur, geen storage en geen virtuele machines. Wat ze kopen is rust. Controle. Voorspelbaarheid. En het vertrouwen dat iemand anders het voor ze onder controle heeft.

En dat is precies wat je in een RFP moet laten zien.

Niet door meer te schrijven. Maar door scherper te kiezen, consistenter te vertellen en duidelijker positie in te nemen.

Want aan het eind van het proces stelt de klant zichzelf geen technische vraag.

De vraag is simpel:

Met wie durven we dit aan?